Na een lange dag stond ik daar,
in de regen,
in een dikke file voor het stoplicht.
Bij elk groen licht stapvoets weer een paar meter vooruit.
In een automatisch ritme van de ruitenwissers en het optrekken, schakelen en weer afremmen dwaal ik onbedoeld af, naar de negatieve dingen in het leven die eigenlijk geen aandacht mogen krijgen. Ik hou zo van gedachtekracht en nu gebruik ik deze per ongeluk verkeerd om! Ik merk niet eens dat mijn glimlach langzaamaan van mijn gezicht glijdt.

Een dof repeterend geluid wekt ineens mijn aandacht en haalt me uit gedachten. Ik kijk op en zie naast me een busje staan. Een jongetje met het syndroom van Down klopt enthousiast op zijn raam en lift in al zijn onschuld vrolijk op als hij ziet dat het hem gelukt is mijn aandacht te wekken.

Hij lacht zijn tanden bloot en zwaait driftig naar me. Zijn hele lijf doet mee.

En dan, bij mijn volle aandacht, drukt hij een dikke zoen op het raam. Zo hard dat zijn lippen zich krullen op het raam en een mooie onvervalste afdruk van een dikke kus achterlaten. Met een rood hoofd komt hij buiten adem achter zijn kus vandaan en laat mij keihard lachen. Hardop, tanden bloot, vanuit mijn onderbuik, met schaterend geluid.

Het busje slaat af naar rechts. Ik wacht nog even op groen licht om rechtdoor te mogen en heb gelukkig nog net de gelegenheid hem een dikke kushand toe te blazen voordat zijn vrolijke gezicht uit mijn zicht verdwijnt.

Dank je wel lieve schat, wat een cadeautje dat je mijn big smile weer terug wist te toveren. Wie heeft ooit verzonnen dat jij het syndroom van Down hebt? Vanaf vandaag heet het syndroom van Up!