Kerstmis 2006 in Sierra Leone.
Kerst op slippers.
Versierde palmbomen.
Woorden tekort en zon in overvloed.
Deze kerst belooft één van de mooisten te worden.
Deze kerst is van mij en 50 weeskindjes.

Hierbij mijn verslag van een indrukwekkende reis naar Sierra Leone, in opdracht van Stichting Wees de Foto, waar ik en mijn lieve vriendin Annelies uit liefdadigheid, als kerstcadeau een verschil hoopten te maken voor een weeshuis dat uit armoede uit elkaar dreigde te vallen.

In foto en film maakten Annelies en ik samen een serie.
Alle foto’s zijn verwerkt tot persoonlijke fotoboekjes voor elk kind, met liefde ingeplakt, als herinnering, als een tastbaar en ontastbaar cadeau voor de toekomst.
 

Kerstmis in Sierra Leone
Sierra Leone is geen vakantieland. Na het vele lezen, voorbereiden en ervaringsdeskundigen te hebben gesproken, blijf ik me onvoorbereid voelen voor wat ik meemaak. Hoezeer ik ook de tegeltjeswijsheid ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ in mijn hoofd als een mantra liet afspelen, hebben we hier te maken met een hele andere cultuur en hele andere regels. Oerinstincten en primaire reacties voeren de boventoon. Fotograferen op straat is geen makkie. Krap twee weken voor mij was een journalist nog neergestoken voor een mooie digitale camera die om zijn nek hing te glimmen.

“Een killer van een kerstcadeau” zoals de Afrikaanse Dauda, oprichter van het door mij bezochte weeshuis, nuchter zegt. Killing it is. Rond kersttijd wordt er nog meer gestolen dan normaal, vertelt Dauda. Hij wil dat ik extra goed oplet. Gewapend met twee brede Afrikanen aan mijn zijde loop ik over straat. Onveilig lijkt het toch niet op het eerste gezicht, maar een sluimerende spanning is aanwezig. Bij vroege donkere avonden en geen enkel straatlicht, was een camera snel gestolen en een blanke vrouw trekt nou eenmaal de aandacht daar. In twee weken tijd, naast mijn vriendinnetje Annelies, geen blanke gezien. Mensen willen aan je zitten, krabben aan je huid, trekken aan je ledematen om te kijken hoe je in elkaar steekt (“Ja dit zit vast ja, net als die van jou..”) en wanneer je enthousiast naar ze zwaait, uit pure onschuldige vriendelijkheid, rennen sommigen hevig geschrokken en soms huilend weg. OK, ik waan mij in een andere wereld. Een andere planeet haast. Dauda geeft seintjes waar ik wel en niet kan fotograferen,wanneer het veilig is en wanneer ik moet rennen. Ik zie zoveel, het vastleggen is alleen door alles daarom heen lastig.

Fotograferen is ondergeschikt aan alle beelden die voorbij trekken. De camera blijft meegaan, ondanks goedbedoelde adviezen van Dauda dat niet te doen. Ik waan me in een andere wereld en gebruik mijn camera dankbaar als buffer…

No woman, no cry

Op het vliegveld van Gambia blijken onze tickets voor Sierra Leone niet klaar te liggen, ondanks reserveringen en herhaalde bevestigingen. Annelies is geld omwisselen en blijft lange tijd weg. Alles in Afrika gaat ‘relaxed man’. Behalve vliegtickets regelen. Twee uur van onderhandelen volgen.“No tickets, no flight,” zegt de manager zonder me ook maar één moment aan te kijken. Punt. Daar is alles mee gezegd en ik word letterlijk opzij geduwd.

Ik zie een medewerker staan. Hij oogt wat onhandig en zenuwachtig, maar ik waag het erop. Ik probeer hem al schreeuwend boven de mensenmassa aan te spreken. De chaos is groot bij de balie. Schreeuwende mensen, wapperend met extra geld voor een vlucht, huilend, ruziënd met personeel. De effectenbeurs is één en al zen vergeleken bij dit. Mijn gesprek met de man wordt ruw onderbroken door een vrouw die hem probeert te versieren.“You sex, I ticket?” zegt ze op haar verleidelijkst, terwijl ze met één vinger langs zijn bovenarm glijdt.

Zonder enige gene. Onder de neus van tientallen toeschouwers die er –op mij na- totaal niet van opkijken. Ik weet even niet meer of ik moet lachen of huilen.
De man kijkt naar mij, naar de vrouw.
“You can also pay other ways..” vertelt hij me en beweegt zijn wenkbrauwen een paar keer op en neer.
“Tempting.. But, no thanks..”
Hij zit vol ideeën. De mijne raken een beetje op. Vermoeide ogen voel ik gaan branden.
“Sex or the crying lady,” hoor ik hem vertwijfeld mompelen terwijl hij zijn keuze van hulpverlening probeert te maken.
Hij is al naar zijn manager gelopen.

“European lady is crying now!”
“I am NOT crying!” loop ik hem achterna.

De manager haalt zijn schouders op en gooit zijn oneliner er nog maar eens een keer in;
“No ticket, no flight.”
We zijn alweer een goed uur verder. Ik denk aan de kindjes die wachten en het Afrikaanse ‘gerelax’, waar ik me inééns niet meer zo in kan vinden. Buiten mijn verstand om zie ik mezelf de man bij zijn mouw grijpen.

“Sorry sir, I’m out of reason right now. NO tickets, NO flight, but what we DO have are 50 orphan children waiting for us! I want my tickets!”

“Ooohh, crying European lady now angry European lady!”

Annelies is inmiddels terug met het gewisselde geld en tevens in bezit van iets meer redelijkheid. Ze neemt het éven van me over. 5 minuten voor tijd hebben we de laatste twee stoelen in het vliegtuig. Óns vliegtuig. Mijn temperament zakt weer wat, onder de rustgevende klanken van George Michael, die ons in het vliegtuig toezingt over zijn ‘Last Christmas’. Heerlijk.


“Ellen & Annelies”
Op het vliegveld van Freetown komt een bewaker op ons aflopen. Hij vouwt een verfrommelt briefje open met daarop onze namen geschreven.

“Is this you?”
We knikken.
“Two guys are waiting for you outside. They look really anxious to meet you..”
We lachen en vragen hem hij wil doorgeven dat we er snel aankomen.
Opweg naar buiten worden we luid schreeuwend door grote brede mannen in uniform teruggeroepen, op het agressieve af.

“Bagage control!”

Oeh, geen glimlach hier. Wel strenge controle. Bewapende mannen met donkere ogen en priemend blik steken agressief af tegen mijn blije roze koffer.
We maken aanstalten onze bagage weer eens uit te stallen en te openen. De mannen kijken ons verbaasd aan en zetten ondertussenmet krijt een krulletje op onze koffers.

“Done. Goodbye.”

We blijven nog even verbaasd staan. Totdat we druk gebarend weg worden gejaagd.

“Goodbye ladies. Done. Now you go!”

Buiten staan gelukkig oprichter van het weeshuis, de 26-jarige Dauda Koroma met goede vriend en medewerker Kevin ons netjes op te wachten met een bordje “Ellen & Annelies”.
Ze zijn blij verrast en opgelucht ons te zien. Wij ook. Ze bleken al om 6uur die ochtend op pad te zijn gegaan, om maar op tijd te zijn en ons niet mis te lopen. Het is inmiddels 2 uur in de middag als we het vliegveld verlaten en “We have to hurry”, zoals Dauda bekend maakt. Er blijken al 5 kindjes op ons te wachten bij aankomst in het gasthuis.

“Let’s go!”


Druppels..
Bij aankomst in het gasthuis, direct na onze landing overvalt me de ontmoeting met de eerste vijf kindjes me nogal. Het is letterlijk de koffers de kamer ingooien en aan de slag. Vijf kinderen zitten met angstige ogen op een rijtje. Ik wissel een vluchtige blik uit met Annelies, die mij meteen begrijpt. De kinderen worden aan hun armpjes omhoog getrokken om maar netjes en recht voor de camera te gaan zitten. Ik zeg Dauda dat ik liever eerst even de tijd neem, maar gewapend met zijn kladblokje en zelf opgestelde schema voor de komende week lijkt hij me niet te horen. Al gauw blijkt dat de nood aan hulp hier hoog ligt. Het voelt als een ware presentatie van de kinderen, in de hoop op goede hulp en misschien wel individuele sponsoring. Ik voel ineens een enorme verantwoordelijkheid meekomen, in de blikken van de kinderen. Dauda blijft zakelijk en ik wil zo graag een stukje rust zien. Ik weet even niet hoe ik het moet doen. De 5 kinderen en ik gaan naar buiten, voor wat eerste foto’s. We voelen ons allemaal niet op ons gemak en ik heb het idee dat ik als fotograaf de hele situatie in de hand moet hebben.

Het fotograferen gaat moeizaam. Ik heb zoveel mensen voor mijn lens gehad. Van baby’s tot bekend Nederland, maar dit evenaart niks. Hoe fotografeer je iemand die nog nooit gefotografeerd is? Hoe stel je iemand op zijn gemak, die bang is voor de eerste blanke die hij ziet? Hoe stel je überhaupt iemand op zijn gemak als je dezelfde taal niet spreekt? Mijn glimlach alleen voldoet niet.. Ik vraag Dauda of hij mij wil vertalen aan de kinderen. Zodat ik, hun aankijkend, met hen kan praten en ze mijn stem en toon horen. Met zijn vertaling. Hij knikt en ik zie gelijk zijn gedachten weer afdwalen. Deze jongen heeft echt teveel aan zijn hoofd en van vertalen komt niets tot zeer weinig.

Adama valt me al meteen op. Een gehandicapt meisje met grote glimlach die ze voorzichtig laat zien. Ze lijkt geïntimideerd door mij. Ik als volwassen vrouw ben waarschijnlijk nog veel meer geïntimideerd door haar. De zwaarte in de ogen, maar vooral de levenskracht. Daar heb ik geen fotografenogen voor nodig. Ik als fotograaf ben hier ondergeschikt. Hier ben ik vooral mens.

Op mijn kamer bekijk ik mijn eerste foto’s en de teleurstelling en angst nemen het even over. De eerste indruk valt even rauw op mijn dak. De hulpbehoevendheid van het hele weeshuis, Dauda’s ogen die boekdelen spreken over zijn zorgen, om nog maar te zwijgen over de slechts vijf kinderen die ik vandaag ontmoet heb. Zou ik toch een druppel op de gloeiende plaat zijn?

Voor mijn vertrek had ik een gesprek met een vriend. Hij bewonderde mijn drijfveren, mijn energie en belangeloze inzet voor dit project. Toch bleef hij kritisch.
“Ben je niet bang om een druppel te zijn op een gloeiende plaat?” vroeg hij als advocaat van de duivel.
Ik antwoordde met een vastberaden ‘nee’ en beweerde hem dat er ook druppels zijn die in hun eentje hele emmers over laten lopen.

Nu dreigt mijn eigen emmer over te lopen. Ik heb geen recht op tranen, niet hier. Toch moet ik eventjes slikken.. Het zal de moeheid wel zijn, praat ik mezelf aan. Kate Bush duikt subtiel op uit mijn laptop en zingt me zachtjes toe.

“Look, your sun is coming out
I just know that something good is gonna happen
I don’t know when
But just saying it
can even make it happen”

Tijd voor actie. Dauda en ik hebben hetzelfde doel, ieder ons eigen weg er naartoe. Ik kijk op van mijn werk, naar Annelies.
“Weet je wat? Vanaf morgen gaan we knallen.”
Annelies glimlacht slechts en kijkt me plagend aan.
“Tuurlijk, wat dacht jij dan?”

White people..
Door geldgebrek heeft het weeshuis geen geld voor huur van onderdak. Het vormt geen eenheid meer. Dauda en zijn vrienden Kapri, Kevin, Samuel en Abdul Karim hebben de kinderen moeten onderbrengen bij vrijwilligsters, 7 pleegmoeders.

In eerder mailcontact schreef Dauda mij dat hij –hoe hoopvol en gelovig hij ook is- bijna de moed een beetje opgaf.
“And it was right there, that moment, when I received the offer of you and your foundation to help us..”

De kindjes komen ons opzoeken in het gasthuis. Vijftig weeskindjes. Twee witte mensen.
Enkele kleine kindjes rennen huilend weg, maar de meeste zijn te nieuwsgierig om dit beeld te willen missen.

50 kinderen staren me aan. Sommigen duiken weg achter hun broer, zus of vriendjes. Ze houden elkaar vast en wijken met hun grote ogen niet van me af. Onverwachtse bewegingen en enthousiasme van mij uit, doet ze schrikken. Mijn hemel, waar ben ik?
“So Ellen, what’s next?” hoor ik Dauda vragen terwijl ik hem zijn schouders zie ophalen. Dauda en zijn notitieblokje zijn nog steeds onafscheidelijk.
Jammer, er staat veel op zijn notitieblokje, het antwoord op deze vraag helaas niet.

Uiteindelijk met wat spelletjes, muziek en dansjes ontspannen ze wat en kan ik redelijk onopvallend rond lopen. We worden langzaam één van hen. Hier is vooral even lekker tijd en rust nodig. Ik kan even een snelle indruk krijgen van hun karaktertjes en zij wennen langzaam wat aan mij.

Dauda loopt maar achter me aan. Kijken wat ik doe, hoe ik het doe en vooral herhaaldelijk dezelfde vragen stellen. Wanneer ik nou de kindjes apart ga fotograferen, hoe lang heb je hier nodig, daar nodig, wat zijn de plannen. Ik probeer me te concentreren. Die jongen bedoelt het zo verschrikkelijk goed en wil alles alleen maar in goede banen leiden.

Het portretteren van elk kind apart is een avontuur voor velen. Ze raken enthousiast. Ik krijg veel glimlachen te zien en hoe kort ook, heel eventjes één op één zijn met elk kind doet zichtbaar goed. Grote glimlachen zelfs.

“Ellen thinks I’m bjoetiefoel!”

Dauda is al helemaal opgehouden met vertalen, hij is te druk. Sierra Leone is een Engelse kolonie. Sommige Engelse woorden zijn in de taal verbasterd. Ik heb hem gevraagd welke Engelse woorden ze verstaan en daar doe ik het mee. Veel herhalen, veel enthousiasme en lachen en ze even een stukje gerust stellen. Dauda lijkt alleen steeds gestresster en afweziger te worden. Hij trekt kindjes uit de rij en zet ze voor me neer. De kleine Yankenie gaat als laatste op de foto. Zo lang mogelijk uitgesteld, want ze heeft het niet meer als ze me weer ziet. Ze huilt als enige wanneer ze op de foto gaat. Kinderen kijken lachend toe en roepen haar dingen toe. Dauda geeft haar een tikje op haar wang, trekt ruw aan haar armpje dat ze op moet houden. Ineens is het me genoeg.
Ik vraag Dauda om samen met de kinderen even weg te gaan. Hij vraagt me op te schieten.

Yankenie's first picture

Camera’s gaan uit en opzij. Ik ga door mijn knieën en wrijf over haar wang en beentjes. Annelies staat enthousiast bellen te blazen achter mij en Yankenie lijkt wat te ontspannen. Ik ben zo trots op d’r. Daar hebben we Dauda alweer.
“Ready?”

Dauda en ik hebben die avond een ‘little chat’.
Ik zeg hem dat ik zijn goede hart herken, maar dat we ieder een andere manier van werken er op nahouden.
“Pictures are made of memories,” probeer ik voorzichtig, “I think good memories are needed here. That’s all I’m trying to do.”
Dauda kijkt op en kijkt me even stil aan. Langzaam verschijnt zijn zeldzame glimlach.
“You know Ellen, you have a good and special heart..”
Vanaf dat openhartige gesprek, zie ik Dauda wat meer ontspannen en ontmoeten we elkaar in het midden. Zijn vrienden zeggen hem zelfs nog nooit zo vaak te hebben zien lachen. Om mij weliswaar. Ach, ik neem dat maar als een groot compliment..

Merry X-Mas!
Eerste Kerstdag in Freetown, Sierra Leone. We hebben cadeautjes meegenomen en inkopen gedaan voor een kerstdiner met rijst, een lekker sausje, water, koekjes én frisdrank! Not to mention, the Dutch cookies called ‘stroepwaffels’.. Wel groot voor een koekje en ze ruiken er eerst eens aan voor ze een hap wagen. Ze hebben het overleefd, de hele reis in mijn koffer en als ‘typical Dutch’ smullen de kinderen extra hard van deze koek, die vanaf nu Merry-Christmas-Waffel heet..Het is een oprecht leuke dag. Er wordt voorzichtig aan steeds meer gelachen. Ballonnen en bellenblaas vliegen rond. Enthousiast spelen ze samen met het door ons meegebrachte Ganzenbord.

Als dank voor alle cadeautjes, vraagt Dauda de kinderen een liedje te zingen. De zon staat hoog aan de hemel, ‘We Wish You a Merry Christmas’ klinkt onder begeleiding van zachte kinderstemmetjes. Als ze zien dat ik enthousiast raak, zingen ze ietsje harder. Als ze klaar zijn begin ik hard te klappen en rennen de kinderen in het rond. Adama komt naar me toe en pakt zo zachtjes en voorzichtig mijn arm beet, dat het kietelt.
“Ellen,” fluistert ze hees, “I like you..”
Ze durft me bijna niet aan te kijken en rent snel weer weg.
Zojuist kreeg ik mijn mooiste kerstcadeautje ooit..

Adama

“Bless you woman!”
De warmte in Sierra Leone is groot. Zittend op het stoepje lopen mensen aan ons voorbij. Schalen met eten, emmers met water dragend op hun hoofd. Kleurrijk geklede mensen komen langs en groeten ons vriendelijk. Blanke mensen komen hier doorgaans niet om vakantie te vieren, waardoor we overladen worden met kreten als ‘Bless you woman!’ en ‘Thanks to you!’. Dat allemaal voor het kleine beetje hulp. We voelen ons letterlijk gezegend.

Na ons kerstmaaltje gaan we even uitbuiken op ‘ons stoepje’. Een pastoor komt voorbij en vraagt ons of hij ons een stukje uit de bijbel mag vertellen. Het blijkt zo’n lieve man. Met rustgevende stem, leest hij ons een stuk voor en vult het aan met zijn eigen woord. Hij begint voorzichtig een gesprek over de rijkeren en minder bedeelden. Annelies vertelt waarvoor we in Sierra Leone zijn. Hij valt even stil en staart naar de grond.
“Bless you woman,” zegt hij zachtjes.


Room 13
Onze oerinstincten nemen exponentieel toe naarmate ons lichaam het laat afweten. We voelen ons al aardig beroerd van het plaatselijke voedsel en lichamelijke reacties blijven niet uit. De schaamte neemt al drastisch af en we kunnen er alleen maar om lachen. Met gebrek aan stromend water en bij aanwezigheid van een toilet waar DNA-sporen van de afgelopen 100 bezoekers nog in te traceren is, wordt je nu eenmaal creatief. De pot afdekken met een C&A tasje en er af en toe wat Zwitsal in gooien, doet voor ons wonderen. Wonderen genoeg althans.Annelies komt met het lumineuze idee om toiletten van ándere kamers te gebruiken!

Wat een vondst. Aangezien wij toch de enige gasten zijn in dit gasthuis, doen we er niemand kwaad mee, praten we onszelf aan.
“Neem voor de zekerheid wel even een lucifertje mee, El. Even eentje opsteken na je bezoekje en klaar.”
Goed idee, ze zullen niet weten dat ik langs geweest ben in ‘Room 13’.
Een klein sprintje over de gang, gewapend met toiletrol en een lucifertje. Ik geniet stiekem van het primitieve leven.Zo, lucifertje aan en klaar. Toch wel een net gebaar richting een toilet from hell.
Hoe doordacht mijn gebaar ook, mijn lucifertje heeft nog een mooie toegift en voor ik het weet volgt er een steekvlam van nota bene mijn toiletpapier. Ik zie in de haast een klein bakje water, maar voorzie een nog grotere steekvlam. Wat nu te doen.. Daar hád ik langer over na kunnen denken, maar voor ik het besef sta ik blazend boven een toiletpot waar een gemiddeld mens vriendelijk voor zou bedanken. Toch hou ik nog steeds van het primitieve leven.Annelies lacht me uit. Dit is geen toelachen meer.
“Daar hadden camera en ik bij willen zijn..”
Toch gaat Annelies ‘ook maar’.
Op naar de nu al befaamde ‘Room 13’.

Een klein aantal minuutjes later komt ze hard de kamer in rennen. Gulp nog open. Ik kijk haar verbaasd aan.

“Jeetje El, de héle week zien we geen hond hier en uitgerekend op het moment dat ik éven privacy nodig heb, word die kamer verhuurd!”

Ze rent aan me voorbij, onze fantastische badkamer in.

“Oh nee,” klinkt een kreet van om de hoek, “heb ik onze lucifers nog laten liggen ook!”


God Bless Islam
Inmiddels is het Tweede Kerstdag in Sierra Leone. Een rustdag, waarop we besluiten even naar het strand te gaan om even te ontladen en ontspannen. Ondanks We pakken een taxi. Een duur ritje, volgens Dauda, van wel 1,50 Euro voor een taxirit van een uur.

“That’s what you get for being a silly white girl..” grapt hij,
“If you show your white face, you gotta pay like a white girl!”
Bikini aan en zonnebril op voel ik me met mijn witte huidje nog ongemakkelijker worden als drie kindjes in de achterbak stappen om mee te mogen reizen. Scheelt ze namelijk een paar centen. Ik voel de kloof. Zelfs als arme student die haar hart ophaalt aan liefdadigheid, reken ik me hier nog rijk. Vredelievend land in al zijn armoede. Op dat moment passeert een taxi-busje, volgepropt met mensen, dieren en jerrycans vol water.
“God Bless Islam” preikt op de voorkant.

Kan het nog contrastrijker in al zijn vredelievendheid? Het symboliseert een hoop contrasten die ik gevoeld heb tijdens mijn reis. Een land met uitersten. Een land vol tegenhangers. Mara boven alles een land waar ze volgens Dauda, ongeacht welk geloof, samen een weg willen vinden.


On the Beach
Inmiddels aangekomen op het strand, blijken blanke vrouwen in bikini een attractie. Beiden erg moe van het harde werk en vele indrukken van afgelopen dagen, hoopten we even een klein beetje slaap in te halen en een kleurtje mee te pakken. Hoe naief. Een decadente wens.

“You go sleep Ellen, I will watch..”

Wat een waanzin. Dauda maakt er een dagtaak van mensen bij me weg te jagen. Ik voel één aan mijn been trekken, een ander aan mijn haar zitten en weer een derde onder mijn voet krabben, snel weggejaagd door Dauda. Hij houdt zijn geduld en lacht zelfs hartelijk als een donkere vrouw boos op mij afloopt. Ze trekt me aan mijn haren van de handdoek omhoog en kijkt me verwilderd aan.

“White pussy no good, woman!”

Duidelijke taal. Ondertussen wordt mijn haar met een snelle beweging losgelaten en valt mijn hoofd hard op mijn handdoek.

Even later  zien we iemand neergestoken worden. Om een T-shirt. Een mérk T-shirt. Er ontstaat een gevecht, er wordt hevig getrokken aan het shirt. Ik zie hoe het shirt omhoog gehouden wordt en een mes in iemands ribben verdwijnt. Ik voel niet in eerste instantie angst, maar sta perplex en maak de opmerking dat als ze dat mes 100 meter verderop hadden laten gaan, ze er zelfs een Nikon D70 aan over hadden kunnen houden. Het lijkt zo’n simpele en berekenende gedachte. Dauda draagt mijn zonnebril. Omdat hij die zo stoer vindt. Hij blijft staan, kijkt over het randje van de bril naar mij en zegt ‘Not amused’ te zijn en weet me daarna binnen no time in een taxi te zetten. Weg van hier.


Tweede Kerstdag Diner
Die avond worden we allebei ziek. We houden al een tijdje niks meer binnen. De hygiëne en het slechte eten beginnen parten te spelen. Geen stromend water en dus ook geen douche of toilet die doorspoelt. Een emmer water voor met z’n tweetjes. We hebben die avond twee uurtjes stroom. Kerst in Sierra Leone.

We liggen naast elkaar op de betonnen ondergrond van ons bed. Kijken elkaar aan en schieten keihard in de lach. Het is daar. Op tweede kerstdag, op mijn betonnen bed, onder het genot van droge rijst bij kaarslicht dat ik ineens de luxe van vriendschap besef.
‘En we gaan nog niet naar huis..’


Dagje school

Ook al is het vakantie, de kinderen willen graag hun school laten zien. Zo gaan we op pad, naar het mooie blauwe schooltje van de kinderen in de bergen van Freetown.

De taxi heeft het zwaar om de bergen in te rijden en als de banden zo heftig beginnen te slippen dat we langzaam met afslaande motor weer terug uit de berg afrollen, lijkt verder lopen ons een goed plan. Even handmatig de taxi chauffeur helpen aan wat grip op de weg en we kunnen verder. De taxi is niet de enige met weinig grip. Ik blijf herhaaldelijk uitglijden. Ik maak Dauda ‘worried’, maar Annelies is mijn gestuntel na 20 jaar al redelijk gewend blijkt. Ze kijkt er niet van op en rent voor ons uit om wat mooie shots van aankomst te maken.
“De paden op, de lanen in..”
“Niet zingen El, niet zo charmant op camera..”
“…”

De kinderen wachten ons al op, sommigen komen ons zelfs al lachend tegemoet lopen. Echt genieten om te zien hoe ze zich langzaam openstellen gedurende de week. Ik heb in overleg met Dauda muziek geregeld, de plaatselijke DJ sjouwt zijn gettoblaster de bergen op. In de hoop dat ze nog meer zichzelf kunnen zijn en minder afwachten wat ik ga doen.
De kinderen lachen, dansen uitbundig en spelen met het speelgoed dat we ze voor kerst gegeven hebben. Ik wil eerst even genieten. Kinderen die uit zichzelf op me afkomen. Ze lachen, zijn vrolijk en lijken op veel momenten lekker ongeremd.
Ik maak groepsfoto’s van alle kindjes met hun pleegmoeders. Gefotografeerd worden blijkt nu ook weer iets unieks en ik moet alles heel erg coördineren. Het blijft een uitdaging, maar zo’n mooie. De wil van alle kinderen om toch gefotografeerd te worden. Zichzelf terug zien op het schermpje van mijn camera.

Running and playing

Ze voelen zich bijzonder. Ik ook. Dat ik steeds een stukje dichterbij mag komen en hun kwetsbare kant mag zien.
Dauda legt uit dat Unicef hen geweldig geholpen heeft met de bouw van de school en alle leermiddelen, maar dat de kinderen nog zoveel persoonlijke aandacht tekort komen. Hij doet zo zijn best, maar zijn hoofd loopt over van zorgen hoe hij het allemaal het beste kan doen. Hij ziet de kinderen genieten en loskomen gedurende deze week en beweert geraakt te zijn door het idee dat straks al deze kindjes een eigen fotoboekje hebben.
“Good memories of good days..” lacht hij en ik ben ineens heel blij dat ik geen druppel blijk te zijn.

Het is vandaag de laatste keer dat we allemaal samen zijn. Annelies en ik hebben voor elk kindje een zakje koekjes gekocht en delen het uit nadat ik de kinderen heb verteld hoe trots ik op ze ben en wat een leuke tijd ik met ze heb gehad. Koekjes worden uitgedeeld en de muziek gaat weer aan. Spontaan beginnen we te dansen.

Wanneer ik het klaslokaal uitloop is het Amie die mijn hand pakt. Ze voelt dat ik er zelf een beetje van schrik. Dat had ik van haar niet verwacht en geniet stiekem even. Klein pittig meisje dat niks van me moest weten, grijpt op het laatste moment nog even haar kans. Ze kijkt omhoog en lacht naar me alsof wat ze zojuist deed, de normaalste zaak van de wereld is.


Op bezoek
We bezoeken de dagen erna de kinderen op de plekken waar ze zijn ondergebracht. We gaan nog verder de bergen in en bezoeken de huisjes van hun pleegmoeders.

We worden hartelijk ontvangen en mogen gezellig mee-eten. De kinderen laten het huis zien en de plek waar ze slapen. Zo verschrikkelijk klein. Met kleedjes op de grond maken ze slaapplaatsen voor soms wel vijf kinderen tegelijk. Dicht naast elkaar. Ik zie Dauda ongemakkelijk rondlopen.
“We hope this is just temporary..”

Het uitzicht vanaf de bergen is fantastisch. Kinderen rennen ons weer tegemoet en het is weer een vrolijke dag. Ik vergeet dat ik bijna naar huis moet. Nog even om ons heen kijken en dan voor de laatste keer naar beneden lopen.

“De bergen af, de lanen in..”
“Niet zingen El..”
“…”


Sad about leaving..
Onverwachts komen we Yeanor tegen. Mijn mooie meisje die de hele week met angstige ogen goed in de gaten hield wat ik deed en waar ik ging. Ze schrikt. Niet uit angst dit keer, maar blij verrast. Ik hoor haar zachtjes mijn naam fluisteren en zie haar een glimlach geven, die ik nog niet had mogen zien deze week. Heel voorzichtig raakt ze me zelfs nog even aan. Een cadeautje. Ik wrijf zachtjes over haar wang.

“Meisje, wat ben jij mooi.. Niet vergeten hè!”
Pas als Dauda me vraagt wat ik zojuist zei, valt het me op dat ik dat in het Nederlands zei. Ik kijk weer naar Yeanor, die opnieuw begint te lachen.
“I think Yeanor just understood me very well..”

We lopen verder naar beneden. Ik laat de bergen en de kindjes achter me, het zwaaien, handjes en kusjes uitdelen en glimlachen. Dauda houdt me stevig vast aangezien ik en camera al herhaaldelijk zijn uitgegleden.
“You silly Dutch girl”.
Hij vraagt waarom ik nu zo stil ben.
“Normally you always laugh and tell stories.”
“I’m just a bit sad about leaving..”
Dauda lacht en geeft me een vriendschappelijke klap op mij rug. Waarop camera en ik wederom een uitglijder maken..
De zon daalt langzaam met ons mee en lange schaduwen trekken over de weg. We passeren een truck met de tekst “God never lost”.. Voor de verandering pak ik weer even mijn camera om dat vast te leggen en zie ik vanuit mijn ooghoek Dauda glimlachend zijn hoofd schudden. Of ‘ie nou mooi wordt of niet, deze foto moet mee naar huis. Ik bewonder de moed, de overlevingsdrift en boven alles het geloof dat na 11 jaar oorlog nog steeds recht overeind staat.

Mijn camera laat ik net voor mijn gezicht wegzakken, als Aminata, één van de moeders, op me af komt rennen.
“Ellen, I’m so glad I found you! I forgot to tell you; You must be an angel, carried on the wings of God’s blessings!”
We vallen alle twee stil en terwijl ze achteruit terug loopt, zichtbaar emotioneel, geven we elkaar een veel betekende glimlach. Met één oog gesloten, bijtend op haar lip wijst ze naar me en klinkt ze hees; “God bless you woman..”


Hubby Hassan

Tijdens een taxiritje had ik hem al zien lopen op straat. Hassan Camara. Door zijn huidziekte en geestelijke handicap een opvallende verschijning als blanke Afrikaanse jongen tussen alle donkere stadsgenoten. Ik wilde graag stoppen toen ik hem zag, maar Dauda verzekerde me dat ik daar niet wilde stoppen.

“Too dangerous silly Dutch girl..”
Jammer, een gemiste foto. Mooi zo, daar kan ik een halve dag chagrijnig op teren.
Laatste dagje Sierra Leone. Op de veerboot, opweg naar het vliegveld, kwam ik tot mijn verassing Hassan weer tegen. Hij verwelkomde me hartelijk.
“Wanna be your friend!” riep hij. Als ‘friends’ zei ik dat ik dan op z’n minst een foto van hem wilde hebben. Natuurlijk mocht dat.
“I like you white girl, you look like me!”
Mensen om hem heen kijken hem vervreemd aan, maar op kinderen heeft hij een enorme aantrekkingskracht. We lachen heel wat af in het 20 minuten durende veerboot-ritje.
“My name is Hassan Camara, ” zegt hij trots.
Ik zeg hem dat ik zijn achternaam zo mooi vind. Klinkt als ‘camera’ en ik hou van camera’s. Hij kijkt blij verrast.
“Then you must marry me.. “


“Hello Senegal!”
De terugreis verloopt zo soepel dat we ons mond er niet over open durven te trekken. 10 minuten vertraging bij vertrek, zoals de piloot ons meldt. 1o minuten noemen wij géén vertraging in Afrika..

“Hoe lang duurde deze vlucht nou ook alweer?” informeert Annelies halverwege.
“Een uur ongeveer,” antwoord ik.
Mooi op tijd om nieuwjaar in Gambia te vieren.
We kletsen wat met medepassagiers en vertellen enthousiast over onze reis en ons oud&nieuw in Gambia. Het uur is zo om en waneer het vliegtuig landt, kunnen we niet wachten om uit te stappenWéér al die formaliteiten. We vullen het bijna met onze ogen dicht in. Paspoort wordt ondertussen uitvoerig gecontroleerd als ik op mijn formulier gevraagd wordt om mijn verblijfadres in Senegal in te vullen. Inmiddels wat gewend, zoek ik er niks meer achter dan Afrikaanse knulligheid en ik streep ‘Senegal’ door om er ‘Gambia’ van te maken. Punt. Klaaaar..“Here you go sir, I’m done. Hij kijkt me aan, naar het formuliertje, naar mij en weer naar het formuliertje..

“Gambia?”
“Yes.. Gambia it is..”
“But where are you staying?”
“The Bungalow Beach Hotel.”
“The.. what?”
Ik dacht toch dat het een bekend hotel was hier in Gambia. Nog maar keertje herhalen met de juiste ar-ti-cu-la-tie.
“The Bungalow Beach Hotel, Gambia!”
Zo, beetje meer volume erbij, dan zal hij het wel verstaan hebben.
Dat had hij zeker..
“No woman! You are in Senegal!”
“Come again?”
“Woman, get your ass ‘back to thee plane!’ ”
Het bleek een transfervlucht.
Dit is me wel eens met een bus overkomen, maar met een vliegtuig?!
Ik roep Annelies en zie haar een paar douanehokjes verder haar hoofd om de hoek steken.
“Annelies, we staan in Dakar!”
Haar ogen worden groot.
“Wat?!” klinkt ze rustig.
“Dakar, waar ligt dat El?”
“NIET in Gambia. Kom op, rennen!”
Een politieagent zegt ons vooral ‘relaxt’ te doen. Hij lacht vriendelijk en vraagt me of ik ‘the Jamaican way of life’ ken..
“You seem like a relaxt woeman..”
“Sorry sir, now I’m not? I have to catch that plane!”
Ik wijs naar het vliegtuig, wat al langzaam weg aan het taxi-en is.
Annelies zie ik al hobbelend met haar grote rugzak op al uit mijn gezichtsveld verdwijnen.
“Oh God, my passport!”
De douanier heeft nog steeds mijn paspoort bedenk ik me. Ik loop op hem af en al mompelend zie ik hem op zijn gemak mijn paspoort door bladeren.

“Oeh, nice stamps you have in your passport! From which country is this stamp?” en houdt mijn paspoort vragend naar mij omhoog.

“Eh, sir.. Do you mind? I have to catch a plane..”
Helpt niet.
Zelfs mijn paspoort uit zijn handen trekken helpt niet. Hij is sterker.
‘Not finished yet!’

Daar is gelukkig mijn vrolijke relaxte agent weer, om te hulp te schieten.
Hij grist in één moeiteloze beweging mijn paspoort uit de handen van zijn collega en poogt me te helpen met mijn handbagage. Hij weet duidelijk niet hoe een trolley werkt. Gelukkig weet hij wel hoe zijn walkie talkie werkt en vraagt hij de piloot nog éven te wachten op ‘Two stoepid woemans who missed thee plane’.

“You can miss a busstop, I know. But woeman, how can you get out at the wrong airport?”
“Good one..”

Daar gaan we. Onder politiebegeleiding ‘back to thee plane’.
In de bus durven we er om te lachen.

De piloot wil ons met zijn eigen ogen zien en staat ons al schaterlachend op te wachten bovenaan de vliegtuigtrap.
“Next stop, GAM-BI-A! You hear that ladies?”

Ik zie Annelies achter mij zwaaien naar de luchthaven van Senegal, als een heuse filmster.
“Goodbye Dakar..”
Net echt.
We zitten weer, riempjes vast en nu lijkt er niks meer mis te kunnen gaan.

“Weet je El,” zegt Annelies met een tevreden glimlach om haar mond, “er zijn mensen die 20.000 Euro neertellen om Oud en Nieuw per vliegtuig in verschillende tijdzones te vieren. Wij doen drie hoofdsteden in een uur! Happy new year to you!”
Gevolgd door een vette knipoog..
Happy new year to you too lief vriendinnetje.. We hebben al een mooi begin gemaakt!

Januari 2007

Kids