Mijn man houdt van mij. En van NAC. Heel veel.

Dat is het beste te vergelijken of je con-ti-nu met een andere vrouw concurreert. Niet zozeer een mooie, jaloersmakende prachtige slanke vrouw met lange blonde lokken, volle lippen en helblauwe ogen, maar meer zo’n one-of-a-guys vrouw. Zo’n lekker stoer wijf. Onverschrokken en zo lekker nonchalant. Eentje die bier drinkt, boeren laat en er mee wegkomt. En het ergste is, ‘ze’ weet héél veel over voetbal en ligt enorm goed in de smaak bij het manvolk. Als je dan vraagt wat ‘haar’ zo bijzonder maakt, gaat het niet zozeer om wie ze is of wat ze doet, maar hij kent haar al jaren en hij blijft graag trouw aan haar. Wat ze ook doet. Hij is er voor haar. Al zou ze middenin de nacht bellen. Ze haalt het beste en het slechtste in hem naar boven, maar zou nooit iets fout kunnen doen in zijn ogen. Al verliest ze, blijft ze nog een winnaar en kan ze rekenen op zijn steun. Hij neemt zelfs onze denkbeeldige kinderen mee naar haar toe en beweert dat zij goed is voor hun culturele opvoeding. Het is onvoorwaardelijke liefde. De bitch.

Het ergste zijn de weekenden. Op verjaardagen weer die meelijwekkende blikken vol ongevraagd commentaar van vriendinnen.
“Ben je alleen meid?”
“Ja, hij is bij háár.”
“Ik snap jou niet hoor. Dat je dit pikt. Hier meid, neem nog maar lekker een wijntje.”
En ondertussen verzucht ik mezelf dat ik nog steeds geen bier lust, boeren in het openbaar durf te laten en me meer interesseer in de kleding die voetballers dragen dan ook daadwerkelijk een zinnige opmerking aan een wedstrijd kan bijdragen. Ik ben zó niet haar en toch benijd ik haar, om de glimlach die ze hem bezorgt.

NAC, de club van zwart en geel. De parel van het zuiden.
Soms is het zelfs zo erg dat als ik ergens willekeurig de kleurencombinatie zie van geel en zwart zie, mijn oog begint te stuiptrekken en mijn maag getriggerd wordt om inwendige salto’s te maken. ‘Daar heb je háár weer!’. Grrr…

Maar zoals in echte liefde van je betaamt wordt, gun ik hem haar. Hij wordt blij van haar en ik zie hem het liefst gelukkig. Zo geef ik hem dan ook alle ruimte. Zij het soms niet geheel van harte, maar á la. Hij doet ook zoveel voor mij. En geloof me, ik heb ook mijn onhebbelijke hobby’s die hij als trouwe breed glimlachende hond-met-kiespijn nog stimuleert ook. Geven, nemen, even slikken en weer doorgaan. Een voetbalsupporter heb je nooit voor jou alleen.

De opening van het NAC-seizoen nadert, evenals ons 4-jarig relationeel jubileum. En ironisch genoeg, kruizen ze elkaar op dezelfde dag. Ik zeg niks. Het was bijna te verwachten. De voetbalgoden zullen zich wel bescheuren daarboven om mijn naïeve poging tot romantiek. Al jaren deel ik hem, en nu vast ook op ons jubileum. Zucht. Laat haar maar weer haar snufferd tussen ons in wurmen. De eeuwige strijd tussen een voetbal en een prinses op de erwt.

Zijn hart kleurt echter van geel en zwart, naar helder goud vandaag.
Vanaf zijn achtste gaat hij trouw naar NAC. Mist nooit een openingswedstrijd. Fietst week in week uit al clublied-neuriënd, trouw en vol goede moed, naar het stadion. Met zijn neef en zijn vader begonnen vroege en dierbare jeugdherinneringen in het stadion. Hij heeft de beste stilzwijgende gesprekken met vrienden in zijn vakkie G. Hij is een van de grootste ambassadeurs van het avondje NAC en zou een boek kunnen schrijven over hoe ‘zijn cluppie’ niet dé wereld, maar wel zíjn wereld veroverd heeft. En al geloven wij samen in heel veel mooie dingen, zoals het boeddhisme, het is de NAC-bijbel die zijn nachtkastje bewoont.

Vandaag opent het voetbalseizoen zijn deuren en laat hij haar staan voor wat ze is.
“Schattie, deze dag is van ons. Kom, ik heb iets leuks voor ons geregeld!”

Ik ben zijn grootste supporter.
NAC vs. de liefde. 0-1.

En mijn hart kleurt vandaag van goud, naar een héél klein ietsiepietsie beetje solidair geel-met-zwart. Ik hoor mijzelf stiekem ‘HUP NAC!’ fluisteren. Sssstt, niks zeggen ok?